Wat zijn voorwaarden op om het toppen van je kunnen te presteren?

Denk eens terug aan een moment waarin je bezig was met een taak waarin alles moeiteloos, als vanzelf leek te gaan. Alles lukte, je kon perfect inspelen op de situatie, het was alsof de tijd niet bestond en je was helemaal in je element. Je ging volledig op in je taak en de situatie was zoals die hoorde te zijn. Deze situatie wordt ook wel 'flow' genoemd en dat is de situatie waarin we graag verkeren. In deze toestand kunnen we bergen werk verzetten en ervaren we heel veel energie.

Er is een relatie tussen de 'ideale prestatietoestand', je vaardigheidsniveau en de uitdagendheid van een taak. Zoals in bijgaande figuur te zien is, kan een taak in hoge of lage mate uitdagend zijn. Daartegenover kun je in hoge of lage mate beschikken over de vaardigheden die nodig zijn om je taak te kunnen uitvoeren.

Flow ontstaat als iemand over een hoog vaardigheidsniveau beschikt én er een hoge mate van uitdaging is. Dit is interessant om te weten want dit zegt iets over de uitdaging die we onszelf opleggen bij bijvoorbeeld het stellen van doelen. Mensen die veel spanning ervaren zijn vaak geneigd de doelen weinig uitdagend te maken, omdat ze bang zijn dat ze hun doelen anders niet halen. We zien echter dat dit hooguit tot relaxatie of controle kan leiden, maar niet tot een 'ideale prestatietoestand', wat betekent dat we op die manier nooit boven onszelf uit kunnen stijgen. Een gevoel van relaxatie (hoog vaardigheidsniveau, weinig uitdaging) of controle (hoog vaardigheidsniveau, enigszins uitdagend) is natuurlijk wel superfijn als je doel is zelfvertrouwen op te bouwen. Zo zie je dat dit model je kan helpen bij het formuleren van je doelen, maar ook om te onderzoeken wat een reden kan zijn als je merkt dat je prestaties niet zijn zoals je graag wil. Vaak voelen we wel iets, maar staan we er niet bij stil wat dit gevoel betekent en wat het ons wil zeggen.

Het is tevens interessant de andere vlakken van dit model te bekijken: Als de taak weinig uitdagend is en je beschikt ook niet over het juiste vaardigheidsniveau, kan een gevoel van apathie ontstaan, ook wel onverschilligheid genoemd. Als de uitdaging wat hoger wordt, maar het vaaridgheidsniveau is laag, kan iemand zich zorgen gaan maken. Op het moment dat je aan het piekeren bent over een taak zou het dus kunnen dat je op zoek moet naar manieren om je vaardigheden te verbeteren.

Als de uitdaging stijgt maar het vaardigheidsniveau blijft laag,

ontstaat vaak angst. Dan is het zaak om te onderzoeken hoe je je vaardigheden kunt vergroten en/of te onderzoeken of de uitdaging naar beneden kan. Als voorbeeld kan hier genoemd worden dat iemand een klasse hoger wil starten in de wedstrijden, terwijl de oefeningen in de training nog niet voldoende bevestigd zijn.

Als er sprake is van redelijke vaardigheden maar weinig uitdaging, ontstaat verveling. Het is dan zaak de taak uitdagender te maken. Dit kan door middel van doelformulering (maak de taak bijvoorbeeld uitdagend door er een wedstrijdelement aan toe te voegen, bijvoorbeeld in 30 minuten zoveel mogelijk van je huis schoonkrijgen) of door zelfspraak (moedig jezelf aan en overtuig jezelf dat deze taak saai, maar wel relevant is). Als de taak niet relevant is en saai, dan kun je jezelf afvragen waarom je het uberhaupt zult doen.

Als de persoon over redelijke vaardigheden beschikt en de uitdaging is hoog, dan ontstaat arousal. Arousel is een mate van fysieke of psychissche spanning/energie die noodzakelijk is om een prestatie kunnen leveren. Als het gaat om presteren, dan is dit niet een verkeerde staat om in te verkeren.

Terug naar flow: om in een toestand van flow terecht te komen zijn de volgende aspecten belangrijk:

1. Het is belangrijk dat je de activiteit leuk vind. Het is intrinsiek belonend (dat wil zeggen dat je vanuit jezelf gemotiveerd bent en dat je het niet doet omdat je er bijvoorbeeld een beloning voor krijgt)

2. Je hebt een duidelijk doel, je weet wat je taak is en waarvoor je het doet.

3. De taak ligt op de toppen van je kunnen. Dat wil zeggen dat je uit je comfortzone moet komen, maar dat het wel haalbaar is.

4. De taak vergt je volledige aandacht, maar je hebt het onder controle

5. Je krijgt directe feedback, waardoor je op de goede weg blijft.

Belangrijke vragen die je jezelf kunt stellen zijn:

A. Wat vind je leuk? Alleen als een taak intrinsiek belonend is kun je op het toppen van je kunnen gaan functioneren.

B. Wat wil je bereiken? Je moet een duidelijk doel hebben, zodat je ook weet waar je mee bezig moet zijn.

C. Wat kun je? Weet wat je waard bent, weet wat je van jezelf kunt verwachten. Durf hierbij op het randje van je kunnen te balanceren, durf uit je comfortzone te stappen.

D. Hoe kun je volledig aandacht geven? Krijg zicht op je afleiders en zoek hiervoor alternatieven. Zet bijvoorbeeld je telefoon uit, zorg dat je niet gestoord wordt, zorg dat je je hoofd vrij hebt van afleidingen, draag comfortabele kleding, etc etc (zie ook het artikel over aandachtsstijlen).

E. Hoe kun je feedback regelen? Kan er iemand met je meekijken? Bouw controlemomenten in.

Als je een prestatie wil leveren is het belangrijk dat je je taak met volle aandacht doet. KIES ervoor je aandacht te geven aan je taak en aan niets anders. Daarnaast is het belangrijk om te accepteren dat je vaardigheden eerst moet leren voordat je kunt presteren. Dat wil zeggen dat het stapje voor stapje kunnen uitvoeren van een taak op zich al een prestatie is. Accepteer waar je nu staat en kijk wat er voor nodig is om te groeien. Want nogmaals: alleen op de grens tussen vaardigheden en uitdaging, kun je boven jezelf uitstijgen.

Mijn vraag aan jou: wat wil heb jij nodig om op het toppen van je kunnen te presteren? Wat wil je leren? Wat wil je weten? Waar wil je meer over lezen? Ik hoor het graag!

Op jullie succes!

Uitgelichte berichten
Binnenkort komen hier posts
Nog even geduld...
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

© 2016 Marijke Willems Equi Assist